Blijven herdenken

Op 4 mei gedenken wij in Nederland
de slachtoffers van oorlogsgeweld.
Vandaag,
bij de dodenherdenking van 4 mei 2011
gedenken wij enkele slachtoffers
die het leven lieten tijdens oorlogsgeweld,
als Waspik
op maandag 30 oktober 1944 wordt bevrijdt.

Moeder Petronella Adriana Timmermans-Schalken
woont dan samen met haar 5 dochters
in de Diepstraat, wat nu Stadhoudersdijk heet, op nr. 10.
Pa Leonardus Timmermans is inmiddels overleden
en sindsdien is de oudste dochter Mien
teruggekomen uit haar betrekking in Tilburg.

De zondag ervoor kregen ze al een beetje in de gaten
dat de bevrijders onderweg waren.
Vanuit hun huis konden ze de ’s Gravenmoerse weg zien
en daar werden allemaal lichtkogels afgeschoten.
De volgende dag rukken de Engelse en Schotse tanks op.
De familie is bang, de hele buurt is bang.
Ze besluiten samen te komen in het spoorhuisje,
Wachtpost 19, waar een oom en tante wonen.
Met zo’n 20 personen zijn ze daar bij elkaar,
maar voelen zich niet veilig,
de tanks rijden wel erg dicht langs dit huis
en met elkaar besluiten ze om naar het huis
van de familie Timmermans terug te gaan.
De duitsers houden op dat moment
kwartier in de Beneden Kerkstraat
en hebben de groep al snel in de gaten.
Dan beginnen de beschietingen.
De eerste voltreffer raakt het dak,
enkele raken gewond aan hand of voet.
Er breekt paniek uit,
iedereen loopt door elkaar
en niemand weet waarheen.
Men besluit om naar de schuilkelder bij de buren te gaan.

Onderweg komt moeder erachter dat ze haar tas
met bonnenkaarten, geld en papieren
in de kamer heeft laten staan.
Mien loopt terug,
moeder wacht met haar jongste dochter Elizabeth
van 14 in de bijkeuken.

De volgende voltreffer op het huis is de bijkeuken,
als Mien de met-een-klap dichtgeslagen deur
weer weet te openen,
vindt zij daar haar moeder en zusje.
Zij heeft meteen in de gaten
dat haar moeder op slag gedood is,
haar zusje heeft een granaatscherf in haar jas
en kermt, die leeft dus nog.
De toegesnelde oom en een buurman brengen Betsie
naar het spoorhuisje en leggen haar voorzichtig op een matrasje.
Door de vuurlinie heen wordt de dokter gehaald,
maar uiteindelijk overlijdt ook Betsie.
Mien wordt weer naar de schuilkelder gestuurd,
er is geen tijd om te rouwen,
het is zorgen voor je eigen hachje.
Ook in de Beneden Kerkstraat valt een slachtoffer,
een granaat komt terecht
in het keldergat van de familie van der Rijken,
moeder Elisabeth Johanna van der Rijken-van Alem
wordt dodelijk getroffen door een scherf.
Bij bevrijdings-gevechten richting ’t Vaartje
komt vader Jan de Wit om
en zoon Cees overlijdt enkele dagen
later aan zijn verwondingen.

Op Allerzielen worden moeder Petronella
en zusje Elizabeth begraven bij de Bartholomeuskerk,
zonder de rest van de familie erbij,
dat mocht niet,
dat was samenscholing.

Kunnen wij,
generaties die dit zelf niet aan den lijve hebben ondervonden,
ons nu,
anno 2011,
een voorstelling maken van wat er zich
daadwerkelijk heeft afgespeeld
en wat voor gevoelens daarbij een belangrijke rol speelden?

Moeilijk!

Daarom is het ook zo belangrijk
dat we blijven luisteren naar deze verhalen,
dat we deze verhalen blijven doorgeven.
Dat we deze verhalen
een naam en een gezicht geven
zodat ze steeds meer
tot onze verbeelding gaan spreken.

Dat is een belangrijke taak die voor ons is weggelegd,
want we mogen dit nooit vergeten,
we moeten dit blijven herdenken.
Uit respect voor allen,
die het slachtoffer werden
van oorlogsgeweld.

Waspik, 4 mei 2011
Yvonne van Beurden – Severs

Met dank aan mevrouw Mien Fitters – Timmermans