Te werk gesteld

1940…..
Een samenleving wordt totaal ontwricht,
kunnen wij, de generaties van daarna,
zich hierbij een voorstelling maken?
Een ander komt voor jou bepalen
hoe er moet worden geleefd,
wat je ineens niet meer mag
en wat je verplicht moet doen.
Er heerst onduidelijkheid,
wat zo gewoon was wordt niet meer geaccepteerd
er heerst armoede,
heel veel simpele dagelijkse benodigdheden
zijn niet meer te verkrijgen
of dienen ingeleverd te worden,
er heerst angst,
voor de dingen die gaan komen
en waar men geen grip op heeft.

1942………..
Een samenleving wordt totaal ontwricht,
zo ook in ons dorpje Waspik,
gewoon uit de Veerstraat en de Diepstraat
uit den Hoeck en de Vaortkant
worden zonen, broers van hun bed gelicht,
razzia’s vinden plaats,
sommigen kunnen nog net op tijd
het maisveld invluchten.
Er worden arbeidskrachten geronseld,
de oorlogsindustrie van de bezetter
moet op gang gehouden worden.
Vaders van jonge gezinnen moeten zich melden,
mannen die hun uiterste best doen
hun vrouw en kroost te beschermen
tegen het gevaar, tegen de honger, tegen de angst.

Gewone jongens en mannen uit ons eigen dorpje,
boerenknecht, postbeambte,
chauffeur, naaimachinehandelaar,
maakt niet uit wat je doet,
worden in het kader van de Arbeidseinsatz
tegen hun wil in te werk gesteld
in verre, onbekende oorden in Duitsland, in Polen.

Gewone Waspikse mannen als
Willem Smits, Antoon Donks, Qel Smits,
Teunis en Drik Dalmaijer, Frans Verschuren….

Let wel, dit zijn maar enkele namen
die mij ter oren zijn gekomen
maar er zijn er nog veel meer,
deze nemen we mee in gedachten.

Gewone Waspikse huisvaders die in het verre onbekende,
weg van huis, haard en geliefden,
moeten werken als vrachtwagenchauffeur,
in de staal fabrieken oorlogstuig moeten vervaardigen,
het is een kei- en keihard bestaan,
meedogenloos, werken tot je erbij neervalt
en dan nog geen pardon.
De vermoeidheid, de honger,
maar vooral de heimwee speelt velen parten.

Ik geef hier nu geen geschiedenisles,
ik wil hen hier allen gedenken, herdenken,
even stilstaan bij hen die destijds te werk gesteld zijn,
sommigen komen weer terug, zij het beschadigd voor altijd,
maar in hun gezinnen heerst weer vreugde.

Frans Verschuren mag even terug,
voor de geboorte van zijn eerste kind krijgt hij verlof,
die wordt geboren op 21 juni 1943,
9 dagen is hij bij hen thuis,
dan moet hij weer terug,
wordt hij uitgezwaaid door vrouw en kind op het treinstation.
Daarna is er niets meer van hem vernomen,
waarschijnlijk omgekomen door ziekte en uitputting in het concentratiekamp “Sonnenburg”  in Polen,
als overlijdensdatum wordt aangegeven 5 april 1944.

Drik Dalmaijer wordt ziek teruggestuurd,
broer Teunis heeft dat geluk niet.
Hij heeft zijn vrouw, zijn 3 zonen,
zijn kleine dochtertje dat aan zijn hand mee huppelt
met een pop in haar hand,
zijn gelukkige leventje met zijn gezin,
zijn mooie toekomstplannen
om een eigen naaimachinehandel op te starten,
alles heeft hij achter moeten laten
om in het verre Breslau te gaan werken.

Met zijn gezin heeft hij in het begin nog contact
middels een sporadische brief,
hij stuurt een fotootje
waarop je hem ziet in zijn nieuwe omgeving.

Lange tijd wordt er niets meer van hem vernomen,
uiteindelijk komt er bericht dat hij waarschijnlijk
is omgekomen bij een bombardement.
Er heerst onbegrip, ongeloof in het gezin
en ongeloof in zijn hele familie.
Ongeloof, onzekerheid over zijn lot, het gemis,
je neemt het als kind mee in je verdere leven
als een rode draad door de tijd.
Er wordt door de jaren heen
nog gezocht naar aanknopingspunten,
je bezoekt de plek
waar dat laatste fotootje van hem is genomen,
aan de ene kant aanvaar je wat er is gebeurd,
aan de andere kant blijf je opstandig.

Vandaag eren we hen allemaal,
in naam van Teunis Dalmaijer,
die gewone Waspikse mannen,
vaders, zonen, broers,
die te werk zijn gesteld buiten hun wil om,
die door zinloos oorlogsgeweld
zelf slachtoffer zijn geworden
maar hun families erbij……..
voor altijd, tot nu toe !!!

Waspik,
Dodenherdenking 4 mei 2013
Yvonne van Beurden